Zes lessen over storytelling die ik leerde van Robert McKee (deel 1)

Onlangs bezocht ik het seminar Storynomics (oftewel: Story in Business) van Hollywoodveteraan Robert McKee. McKee schreef de bestseller Story, die ik met veel plezier gelezen heb. Hij geeft ook al decennia zijn beroemde workshop voor scenarioschrijvers, bezocht en aanbevolen door vele Oscar- en Emmywinnaars. Er is nu dus ook een verkorte vorm, toegespitst op schrijvers van zakelijke teksten. Een slimme zet, want ‘storytelling’ is in de mode. Maar McKee komt met veel meer dan een handige inhaker op de hype. Het hele seminar samenvatten zou ondoenlijk zijn. Maar hier zijn zes dingen die ik opmerkelijk vond. Hopelijk kun jij er ook plezier van hebben.

Eén: ‘storytelling’ is meestal geen storytelling
Wat maakt een tekst een verhaal? McKee komt met een flinke lijst criteria. In mijn eigen woorden: een hoofdpersoon waarmee je je kunt identificeren, beleeft iets dat zijn alledaagse leven uit balans gooit. Hij gaat op zoek naar iets dat die balans kan herstellen, maar geen enkele stap die hij daartoe zet, heeft het beoogde effect. De tegenslagen worden steeds heftiger, tot hij uiteindelijk een ingrijpende beslissing neemt die leidt tot de ontknoping. Een patroon dat je moeiteloos herkent in talrijke Hollywoodfilms. Maar niet in de ‘storytelling’ van het gemiddelde bedrijf: ‘Onze oprichter vond dat iedereen recht heeft op goed, betaalbaar schoeisel. Dus is hij dat gaan maken. En wij maken het nog steeds.’ Mja. McKee vat het lekker Amerikaans samen: ‘Story is not bragging. Story is not promising’.

Twee: storytelling draait om verandering
McKee, die praat in oneliners, zegt het als volgt: ‘No change, no story’. Wat hem betreft is verandering niet alleen het onderwerp van verhalen, maar ook de reden ervoor. We hebben verhalen nodig om te begrijpen hoe en waarom dingen veranderen in ons leven. In een goed verhaal speelt die verandering zich af binnen twee tegenpolen: eenzaam of gelukkig, oorlog of vrede, leven of dood, rijk en beroemd of arm en vergeten. In elke scene ontwikkelt het verhaal zich – door een verandering – in één van die twee richtingen. Dat betekent dat een verhaal noodzakelijkerwijs altijd negatieve elementen bevat. Een kwaad dat overwonnen wordt, een probleem dat een oplossing behoeft. De angst voor het negatieve bij organisaties hekelt McKee in een bevlogen tirade tegen negaphobia. McKee: ‘to survive, you must live in reality. And reality is 95% negative’.

Drie: storytelling herken je aan twee woorden (en voor één ervan zijn organisaties doodsbang)
Als resultaat van negaphobia schetst McKee de en-en-en cadans van de gemiddelde Powerpoint. ‘Wij zijn goed. En we zijn groot. En volgend jaar willen we meer verdienen. En …’ De additieve logica van zo’n lijst positieve observaties staat haaks op de causale logica van een verhaal, legt hij uit. Een verhaal heb je, wanneer je je sheets kunt verbinden met ‘dus’ en … ‘maar’. Het is wellicht even slikken voor degenen die de bekende anti-‘ja maar’ poster aan de muur hebben. Een verhaal kenmerkt zich echter door onverwachte wendingen, the violation of expectation. En die herken je aan woorden als maar en echter. Zo ontstaat een prettige verhalende flow die praktisch erg goed toepasbaar blijkt. ‘U wilt uw klanten graag het beste geven. Maar dat is in de huidige markt niet eenvoudig. Dus zoekt u een partner die …’ Werkt prettig toch? Zo zie je maar.

Lees verder: Zes lessen over storytelling die ik leerde van Robert McKee (deel 2).